Puzzelen met ruimte

Het succes van boeken als De helaasheid der dingen, films als Aanrijding in Moskou en de revival van muziek in de streektaal, bevestigen het: mensen snakken vandaag naar herkenbaarheid. We hebben het even gehad met ver-van-ons-bed kunst. Het liefst zien we melancholische – en al dan niet kritische – reflecties op ons eigen alledaagse leventje. De foto’s van Marçus sluiten perfect aan bij deze trend. Hoewel zijn werk verschilt van dat van een Dimitri Verhulst of Christophe van Rompaey geeft het je hetzelfde gevoel van weemoed. Zijn speelse beelden roepen herinneringen op aan schooluitstapjes en luie zondagnamiddagen. Maar ze zorgen er ook voor dat je stilstaat bij enkele mindere kantjes van onze samenleving.

Van drie- naar tweedimensionaal

Hoewel zijn vader met fotografie bezig was, voelde Marçus zich in eerste instantie niet aangetrokken tot de fotografie. Na opleidingen aan de academie van Tielt begon hij als beeldhouwer. Het maken van sculpturen bleek voor hem de ideale manier om te leren werken met ruimte en om op vernieuwende manieren om te gaan met de aan- en afwezigheid van leegte. Zelf zegt hij hierover: “Bij het beeldhouwen voel ik me vaak een kind in een speelgoedwinkel. Je hebt zes kanten die volledig van elkaar kunnen verschillen. Je kan materialen bewerken, herwerken en dingen uitproberen.” Als beeldhouwer ontwikkelt Marçus een fascinatie voor de wijze waarop ruwe materialen, van gips tot oud ijzer, in elkaar kunnen passen en een geheel vormen.
Meer en meer begint zijn aandacht ook naar fotografie te gaan. Dit gebeurt enerzijds uit praktische redenen: hij wil zijn beeldhouwwerken op de gevoelige plaat vastleggen en merkt dat de essentie van een werk zich niet zo gemakkelijk laat vatten - een grondige oefening blijkt noodzakelijk. Anderzijds vormt fotografie, waar elke klik op de knop een afgewerkt product aflevert en je dus niet kan blijven sleutelen, een welkome uitdaging. Naarmate hij zich meer in het medium verdiept, veranderen de onderwerpen van zijn foto’s; niet langer opeengestapelde grondstoffen, maar gebruiksvoorwerpen komen centraal te staan. Het spel met ruimte blijft echter een constante.

 

Alledaagse onderwerpen op een niet-alledaagse manier

“Ik ga nooit bewust op zoek naar objecten voor mijn foto’s. Ik loop ze gewoon tegen het lijf tijdens wandelingen in de buurt of thuis bij de kinderen,” vertelt Marçus. “Eens je oog krijgt voor een onderwerp, zoals kapelletjes, valt je op hoe alomtegenwoordig ze zijn.” Marçus lijkt op die manier beelden te selecteren die deel uitmaken van ons collectief geheugen. Hij haalt deze traditionele beelden echter uit hun vertrouwde context en begint ermee te experimenteren. Uitgedaagd door het gebrek aan diepte in foto’s, probeert hij op andere manieren een gevoel van ruimte te creëren. Zo zorgt hij er bijvoorbeeld voor dat elk individueel beeld een kleine wereld op zichzelf vormt. “Ik probeer mijn onderwerpen zoals kapelletjes, knikkers, borden te benaderen alsof het mensen zijn. Ik beschouw ieder beeld als een onderdeel uit een portrettenreeks, elke foto verdient evenveel aandacht.” Deze ‘portretten’ past Marçus in elkaar, net als de materialen in zijn sculpturen. Door de afwisseling van kleuren en variatie in hoogte brengt hij ritme en een gevoel van speelsheid in het geheel. Voor de kijker heeft de combinatie van vertrouwde beelden en zoveel dynamiek ontegensprekelijk iets vrolijks, iets liefelijks. Het maakt het kind in je wakker.

 

Hokjesdenken

Wanneer je alle beelden naast elkaar ziet, worden ze echter meer dan een registratie van een Vlaamse kindertijd. Ze registreren de behoefte van onze samenleving om alles in te delen, in hokjes te stoppen. “Het duidelijkst zie je dit bijvoorbeeld wanneer je een stadscentrum binnenrijdt. De appartementsgebouwen waar iedereen leeft in zijn eigen kleine ruimte. Veel mensen houden zich vast aan die paar kamers, richten hen in, verpersoonlijken zich met hun ‘vier muren’. Vaak doen ze niet eens de moeite om hun buren te leren kennen. Hoewel we hier zelden bij stilstaan, blijft het een absurd gegeven,” stelt Marçus. “Soms lijkt het zelfs alsof mensen er hun status mee willen bevestigen, door zich in te delen in groepen, in vakjes. Maar eigenlijk beperken ze zichzelf.” Vooral in het werk met de vaat zie je de effecten van dit dwangmatig ordenen. De getallen onder de bakken suggereren dat de individuele beelden, door ze in hokjes te stoppen, gereduceerd worden tot nietszeggende cijfers.

 


 

home